Voedsel geeft vorm aan alles rondom ons, dus de overheid moet inzetten op een beter systeem

Updated: Mar 9

Koop jij via de Korte Keten of rechtstreeks van bij de boer? Proficiat, je hebt jouw duurzame bijdrage aan onze voedselketen geleverd! De Korte Keten betekent immers een eerlijk verdienmodel voor de producent met haar quasi rechtstreekse verkoop van boer naar burger, bijvoorbeeld op boerenmarkten, buurderijen, gemeenschapsboerderijen en hoevewinkels. Daarbij is de boer de prijszetter, uniek in de voedingsector.


De meeste boeren moeten hun lokale producten immers via een veiling verkopen. Daar kiezen de klanten zoals supermarkten wat ze ervoor willen betalen, en die prijs ligt regelmatig onder de productieprijs. Ironisch genoeg weten winkels vandaag dat veel consumenten onze boeren willen steunen en verkopen ze die producten dan ook met een mooie foto en het verhaal van een boer bij. Op die manier behandelt men landbouwers eerst als moderne slaven en gebruikt men nadien hun harde werk als Korte Keten greenwashing. Daar zit wel degelijk een verdienmodel in. Alleen niet voor de producenten. Dat noemen ze boerenbedrog.


Oostenrijk, Frankrijk en Wallonië tonen nochtans dat het wel kan, een beleid waarbij de Korte Keten niet stiefmoederlijk wordt behandeld en waarbij er geloofd en degelijk geïnvesteerd wordt in dit model. Vlaanderen is echter op dat vlak één van de slechtste leerlingen in Europa.


Vlaanderen heeft een beleid waardoor slechts dertig procent van de landbouwers economisch goed boert en zeventig procent nipt rondkomt of verlieslatend is. Dat beleid zou in de eerste plaats haar subsidiesysteem eens grondig moeten doorspitten, want momenteel komen enkel de grote vissen als winnaars uit de bus. Zo krijgt, om maar iets te zeggen, een willekeurige Korte Keten-boer uit het Pajottenland na veel zwoegen en ettelijke keren financieel en mentaal door het oog van de naald gekropen te zijn, een slordige 700 euro subsidies per jaar. Een traditionele boerderij krijgt 25.000 euro en de grote landbouwexploitaties 250.000 euro.


Hoe dat komt? De subsidies worden uitgedeeld per hectare. Hoe groter de bedrijven, hoe meer geld ze ontvangen. Er wordt dus niet gekeken naar het aantal personeelsleden of naar de landbouwpraktijken. Je kan je zelfs afvragen of je überhaupt boer moet zijn, als je naar de top tien van de Belgische lijst van begunstigden van Europese landbouwsteun (BelPA 2020) kijkt. Daarop prijken vooral veilingen (van wie je zou kunnen verwachten dat ze vechten voor een eerlijke prijs voor producenten) en marketingorganisaties zoals de VLAM (Vlaams centrum voor Agro- en Visserijmarketing). Is het juist dat een marketingbureau dat de huidige status quo in stand houdt, bijvoorbeeld door nog evenveel reclame te maken voor varkensvlees als tien jaar geleden, zoveel Europese steun geniet?



Er gaat momenteel veel gemeenschapsgeld naar onze landbouw, maar er schort iets aan de verdeelsleutel. Onze suggestie? Gebruik dat geld daar waar we het als samenleving nodig hebben en denk op termijnen van minstens twintig jaar. Enkel zo kunnen we onze maatschappelijke, sociale, ecologische en economische doelen bereiken. Dat willen we voorleggen aan het Departement Landbouw & Visserij, dat momenteel het Vlaams Strategisch Gemeenschappelijk Landbouw plan (GLB) opmaakt. Dit plan bepaalt ons landbouwbeleid voor de komende jaren en verdeelt de grote pot Europese landbouwsteun.


Sectorfederaties zoals de Boerenbond, met een machtige politieke arm, houden daarbij maar al te graag de pen vast. Alleen vertegenwoordigt dit lobby-apparaat net de stem van Big Farming en Big Business. Volgens CRISP (Centre de recherche et d’information socio-politiques) heeft de Boerenbond 64 dochterondernemingen in verschillende sectoren, waaronder bestrijdingsmiddelen, chemische meststoffen, robotisering, landbouwmachines en voertuigen, vleesverwerking, de bankwereld, de export van varkensvlees… Dat zijn heel wat belangen om te vertegenwoordigen. Hoeveel keer passeert de Boerenbond, een miljardenconcern met een omzet van 266.310.214.369 euro, eigenlijk langs de kassa bij de boeren?



De kiemen die nodig zijn om de transitie te maken in ons landbouwbeleid liggen momenteel niet op tafel. Het huidige beleid blijft gericht op export naar Rusland en China en bijgevolg ligt de focus op opschaling van het volume en robotisering van de landbouw, niet op ecologie. Lage prijzen zijn dan een logisch gevolg en noodzakelijk kwaad. Zij creëren misschien wel steeds meer omzet, maar ze leveren een steeds lagere marge op. Als het dan even tegenzit, ontstaat er door de hoge investeringen al snel een financiële put waar boeren niet uit raken. Dat is een pijnlijke zaak voor de toekomstige generaties boeren, consumenten én voor de boeren die vandaag hun uiterste best doen, zoals die kleinschalige boer uit het Pajottenland.


De overheid moet het evenwicht herstellen en de transitie van enkel productiegericht naar productie- én duurzaamheidsgerichte verdienmodellen sturen. Investeren in het Korte Keten-model is daarin één van de te nemen stappen. Dat model zal de productie van de agro-industrie misschien niet kunnen evenaren, maar de landbouwtechnieken die erin gebruikt worden zijn wel veel veerkrachtiger. En een veerkrachtige landbouw zal nodig zijn, want de klimaatverandering en bodemuitputting die veroorzaakt werd door business as usual staan garant voor een verdere afkalving van ons boerenbestand en productieve grond, ofwel: onze voedselzekerheid. Daarop inzetten is een kwestie van gezond boerenverstand.


Jonge en innovatieve boeren zoals de onze uit het Pajottenland verdienen alle kansen. Ze zetten immers veelal sterk in op diversificatie, goed bodembeheer en natuurvriendelijke landbouw. Ook de huidige Korte Keten-platformen kunnen nog steun gebruiken. Linked Farm, Voedselteams, Boeren en Buren,… allemaal functioneren ze nu zonder landbouwsubsidies en verzekeren ze wel een goede prijs voor de boer. Deze logistieke platformen verdienen het als volwaardige partner meegenomen te worden in een Korte Keten-strategie.


We hebben dringend nood aan een overheid die met LEF (Lokaal, Ecologisch en Fair) inzet op een beter en gezonder voedselsysteem. Want voedsel geeft vorm aan onze landschappen, onze steden, onze denkpatronen, onze gewoontes, onze economie, onze politiek, ons sociaal leven, onze lichamen en de toekomst van onze kinderen. Vanuit de bevolking is er genoeg voedingsbodem om hierop in te zetten. Ook de steden en gemeenten, die het dichtst staan bij de burgers, mengen zich positief in het Korte Keten-verhaal. Alleen worden hun stemmen amper gehoord. En de belangrijkste stem, die van de boeren zoals onze boer in het Pajottenland, die ontbreekt. Doodzonde, want boeren zoals de onze bestaan echt.


Bon appétit,

Steven, bezieler eatmosphere

Tijs, boer in het Pajottenland en woordvoerder bij Boerenforum


Ps: Opmerkingen op de het GLB-plan kunnen uiterlijk 14 maart 2022 bezorgd worden bij het departement Landbouw & Visserij. Vind jij het net als wij belangrijk dat het plan voldoende aandacht heeft voor de Korte Keten? Dan kan je onze petitie ondertekenen. Die zullen we bezorgen aan Vlaanderen, samen met de vraag ‘hoe gaan jullie eerlijke prijzen, een solide Korte Keten-beleid, een gezonde voedselomgeving en minimale impact op ons milieu verzekeren?’.

201 views0 comments
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon